Passo Pordoi

Weg van de 33 bochten

De Passo Pordoi zit sinds 1940 in de Giro d’Italia en is met 34 keer de meest beklommen berg uit de Girogeschiedenis. De klim is verschillende keren ‘Cima Coppi’ geweest. De Giro d’Italia eert zijn held Fausto Coppi sinds 1965 door de hoogste berg van elke editie Cima Coppi te noemen. De Pordoi heeft een rijke historie en hoort net zo goed bij Fausto Coppi als de Stelvio. In 1940 leek het nog niet zijn berg te worden, zo is in het archief van de Gazzetta dello Sport terug te lezen. De Gazzetta tekende de volgende woorden van Coppi op: ‘In 1940, toen ik mij in de problemen bevond en Bartali mij op de Pordoi hielp bij het verdedigen van de roze trui, dacht ik nog niet dat de Pordoi mijn berg zou worden. De vijf keer daarop (’47, ’48, ’49, ’52 en ’54) kwam ik ver voor de rest als eerste over de top. Toen was het mijn berg.’ Boven op de Pordoi is een monument voor Coppi geplaatst. Overigens viel het voor Coppi en Bartali anno 1940 nog niet mee om boven te komen. Zij reden toen met onwaarschijnlijke verzetten omhoog: 50×20 voor Bartali en 50×22 voor Coppi.

Drie keer lag de finish van een etappe boven op de Pordoi. In 1990 mocht de Fransman Charly Mottet de zege pakken van de heerser van dat moment: Gianni Bugno. Bugno leidde de Giro dat jaar van begin tot eind. In 1991 kreeg Franco Vona in de zeventiende etappe alle ruimte van rozetruidrager en Giro- winnaar Franco Chioccioli (de beoogd opvolger van Coppi, maar Chioccioli heeft zijn talent nooit zo goed kunnen verzilveren als zijn illustere voorganger). In ’91 moesten de renners twee keer tegen de Pordoi op, één keer in een doorkomst en één keer met finish bovenop. In 1996 won Enrico Zaina boven op de Pordoi, voor Ivan Gotti. Maar achter hen was voor het klassement een thriller gaande. Tonkov en Olano stonden heel dicht bij elkaar, en door de één seconde die Olano op de Pordoi terugpakte op Tonlcov kreeg de Spanjaard het roze om de schouders. Dat hij later weer verloor aan Tonkov in de etappe over de Mortirolo en de Gavia.

Een van de meest tumultueuze beklimmingen is die van 1984. Toen werd het bewijs geleverd dat de organisatie van de Giro niet altijd een geheel objectieve rol speelt. Vooral in de jaren zeventig en tachtig werd er nog wel eens wat ondernomen om een Italiaanse renner aan de Girozege te helpen. Zo won Fignon in 1984 de rit over de Pordoi, vóór Johan van der Velde. Moser was de beoogd Girowinnaar, maar hij liep een behoorlijke achterstand op in deze etappe op zijn naaste belager roze-truidrager Fignon. De Giro-organisatie was niet te beroerd om Moser te helpen. De Fransman kreeg extra strafseconden aan zijn broek, omdat hij drinken zou hebben aan¬enomen buiten de daarvoor vastgestelde zone. Francesco Moser daarentegen liet zich bijna de hele klim omhoog duwen en kreeg daarvoor slechts vijf seconden straftijd. Moser kon later in de tijdritten het verlies uit de bergen ruimschoots goedmaken en won toch de Giro.

In 1989 is het Erik Breukink die voor ophef zorgde in de etappe over de Pordoi. De eerste overwinning in de Giro voor een Nederlander leek binnen handbereik. Breukink reed zijn beste Giro en stond er goed voor. Hij had voldoende voorsprong op Laurent Fignon. Op de Passo Pordoi kon hij de tegenstand goed aan. Met zijn naaste belagers Fignon en Hampsten reed hij zonder problemen omhoog. Althans zo leek het. Want op de daarna volgende Campolongo kreeg Breukink zijn befaamde hongerklop. Iedereen die de uitzending toen volgde, zal de beelden van de hologige Breukink nog scherp op het netvlies hebben. Volledig uitgewoond reed hij ontzettend traag (voor een prof) de niet eens zo moeilijke Campolongo op. Wie het zelf al eens heeft meegemaakt, weet hoe het is om met een hongerklop verder te moeten. De benen willen niet meer. Niks gaat meer. Breukink reed zelfs de afdaling heel langzaam en verloor die dag de Giro.

Advertenties